Hoeveel geld heb je echt nodig om te stoppen met werken?

Introductie

Vorige week heb ik een YouTube-video over precies deze vraag gemaakt:

“Als ik € 1 miljoen wil bereiken, wat moet ik dan eigenlijk inleggen, en welk rendement is realistisch?”

Iemand mailde me die vraag, en ik merkte tijdens het opnemen dat de échte vraag eronder een andere is.

Want voordat je gaat rekenen aan inleg en rendement, moet je een ander getal weten. Hoeveel geld heb je überhaupt nodig om te kunnen leven zonder dat je vermogen opraakt?

Dit artikel werkt het rekenwerk uit in twee delen.

Eerst: hoeveel doelkapitaal heb je nodig.

Daarna: wat moet je inleggen om daar te komen. En tot slot iets wat je inleg keihard kan ondermijnen: the cost of loss.

https://www.youtube.com/watch?v=iR8gKLAW764

Deel 1: hoeveel geld heb je echt nodig?

Beginnen aan de verkeerde kant van de vergelijking is een klassieker. 😉

Mensen pakken een mooi rond getal (€ 1 miljoen, € 2 miljoen) en gaan terugrekenen wat ze moeten inleggen. Maar dat ronde getal komt zomaar uit de lucht vallen.

De juiste volgorde is omgekeerd. Je begint bij wat je per jaar uitgeeft. Het kapitaal dat daarbij hoort, rolt er vanzelf uit.

De 4%-regel: waar komt die vandaan

De zogeheten 4%-regel is een vuistregel uit de financiële wereld. Ontstaan in 1994, bij een onderzoek van adviseur William Bengen. Vier jaar later bevestigd door de zogenaamde Trinity Study.

💡 Het idee: als je elk jaar 4% van je begin-portefeuille opneemt (gecorrigeerd voor inflatie), houd je je geld historisch gezien minstens 30 jaar in stand. Bij een mix van aandelen en obligaties, in de Amerikaanse markt.

Daaruit volgt de 25× regel. Wil je € 40.000 per jaar kunnen opnemen, dan heb je 25 × € 40.000 = € 1.000.000 nodig. Wil je € 30.000 per jaar, dan kom je uit op € 750.000.

Twee risico’s die de 4%-regel niet helemaal vangt

Zo wel vaker het geval is met dit soort vuistregels, is hij niet perfect..

Twee dingen waar de regel mee worstelt, en die je vermogen onverwacht hard kunnen raken.

Sequence risk. Slechte beleggingsjaren vlak nadat je bent gestopt met werken doen extra pijn. Je haalt geld uit een portefeuille die net is gedaald, en dat geld kan niet meer ‘mee-herstellen’. Twee mensen met hetzelfde gemiddelde rendement over hun pensioenfase kunnen totaal verschillende eindkapitalen overhouden, puur op basis van wannéér de mindere jaren komen.

Langlevenrisico. De originele studies rekenden met een tijdshorizon van 30 jaar. Dat past bij iemand die op zijn 65e stopt en zijn 95e haalt. Stop je op je 40e met werken en word je 90? Dan moet je vermogen 50 jaar mee, en dan kantelt de wiskunde flink. Met andere woorden: de kans dat je uitkomt met je geld neemt dan af.

Een goede financieel planner houdt hier dan ook rekening mee. 😉

Wat het magische getal voor jou is

Even concreet 👇:

Jaarlijkse uitgavenBenodigd doelkapitaal (25×)
€ 25.000€ 625.000
€ 30.000€ 750.000
€ 40.000€ 1.000.000
€ 50.000€ 1.250.000
€ 60.000€ 1.500.000

Welk bedrag bij jou hoort, hangt af van iets simpels: weet je wat je nu uitgeeft? De meeste mensen onderschatten dit. Pak je laatste twaalf maanden bankafschriften erbij en kijk wat er werkelijk uitstroomde. Daar bouw je op. Veel bank apps geven hier automatisch inzicht in.

Waarom 4% misschien te optimistisch is voor jou

Tot zo ver de vuistregel. Naast de al eerder benoemde sequence- en longevity risk, zijn er enkele andere redenen om voorzichtiger te beginnen.

Wereldwijde data, geen Amerikaanse data. Bengen en Trinity gebruikten alleen Amerikaanse beurscijfers. Recent onderzoek met data uit 38 ontwikkelde markten (Anarkulova, Cederburg en collega’s, Journal of Pension Economics and Finance, 2025) concludeert dat de werkelijke safe withdrawal rate veel lager ligt: rond 2,5% in plaats van 4%, voor een 65-jarig stel met 5% ‘faalrisico’. Als jij wereldwijd belegt, is de Amerikaanse 4%-regel daarmee een optimistisch startpunt.

Asset allocatie. Bij langere periodes blijken portefeuilles met meer aandelen historisch beter te scoren dan defensieve mixen. Obligaties bieden korte-termijn stabiliteit, maar over decennia komt de inflatie de rente vaak inhalen. Voor sommigen is “zwaar in obligaties” daardoor risicovoller dan “zwaar in aandelen”, precies omgekeerd aan wat veel beleggers verwachten.

Hoge waarderingen op dit moment. Aandelenkoersen staan in 2026 op historisch hoge waarderingen. De verwachte rendementen voor de komende jaren liggen daardoor naar verwachting onder het lange-termijn gemiddelde. Hoe lang dat duurt weet niemand, maar het is een reden om je opnames-percentage niet te hoog te zetten.

Tel je deze samen, dan komt een opname-tempo van 2,5% tot 3% naar voren als een veiliger startpunt dan 4%.

💡 Bij 2,5% praten we niet meer over een 25× regel, maar over een 40× regel.

Jaarlijkse uitgavenBij 4%-regel (25×)Bij 2,5%-regel (40×)
€ 25.000€ 625.000€ 1.000.000
€ 30.000€ 750.000€ 1.200.000
€ 40.000€ 1.000.000€ 1.600.000
€ 50.000€ 1.250.000€ 2.000.000
€ 60.000€ 1.500.000€ 2.400.000

Voor € 40.000 uitgaven verschuift het magische getal van € 1 miljoen naar € 1,6 miljoen. Geen klein verschil…

Welke kant je opgaat, is uiteindelijk een persoonlijke keuze over hoeveel zekerheid je wilt inruilen tegen hoeveel jaar extra werken of bezuinigen.

Deel 2: wat moet je inleggen om daar te komen?

Nu heb je een doelkapitaal. Daarna volgt:

  • Hoeveel moet je maandelijks inleggen
  • voor hoeveel jaren?
  • met welk rendement?

.. om dat doel te halen.

Wat is een realistisch rendement?

Voor een belegging in wereldwijde aandelen-indices wordt vaak een lange-termijn rendement van 8% tot 9% per jaar genoemd, voor inflatie. Daar moet je dan 2% tot 3% inflatie van aftrekken om op je reële koopkracht-rendement te komen.

Ik reken hier met twee scenario’s: 6% en 9% per jaar, nominaal. Het echte rendement van een jaar zal vrijwel nooit precies daar zitten. Sommige jaren +25%, andere jaren -20%. Maar over een lange periode middelt dit uit.

De inleg-tabel om € 1.000.000 te bereiken

Onderstaande tabel laat zien welke maandelijkse inleg je nodig hebt om bij € 1 miljoen uit te komen, gegeven de looptijd en het gemiddelde rendement.

LooptijdBij 6% rendementBij 9% rendement
10 jaar€ 6.155/mnd€ 5.271/mnd
20 jaar€ 2.205/mnd€ 1.565/mnd
30 jaar€ 1.026/mnd€ 588/mnd
40 jaar€ 524/mnd€ 237/mnd

In die tabel zit een belangrijke boodschap.

De boodschap van die tabel: tijd is jouw zwaarste hefboom

Kijk naar de kolom van 9%. Tien jaar de tijd? Bijna € 5.271 per maand inleggen om bij € 1 miljoen te komen. Veertig jaar de tijd? € 237 per maand. Dezelfde uitkomst.

Tussen die twee zit een wereld van compounding. Vroeg beginnen is minder zwaar voor je portemonnee dan laat beginnen. Niet omdat het rendement anders is, maar omdat het rendement langer kan werken.

Cost of loss: de stille kapitaalvernietiger

Tot zover een keurige berekening…

Realiteit is dat de markt niet in een rechte lijn loopt. Sommige jaren gaat het 25% omhoog. Andere jaren 30% omlaag. En dat gecombineerd met de irrationaliteit van de mens kan een gevaarlijke combinatie zijn!

De wiskunde achter een drawdown

Een verlies van 20% lijkt gelijk met een winst van 20%. Dat is het niet. Je moet daarna 25% omhoog om weer terug te zijn op nul.

Bij grotere verliezen wordt de asymmetrie pijnlijker. Voor een paar voorbeelden, met daarachter hoe lang je daarna nodig hebt om weer op je startpunt te staan bij 7% rendement:

DrawdownVereiste groeiTijd terug naar startpunt (bij 7%)
-10%+11,1%± 1,6 jaar
-20%+25%± 3,3 jaar
-30%+42,9%± 5,3 jaar
-50%+100%± 10,2 jaar

☝️ Eén slecht jaar van -50% kost je ruim tien jaar van je doelkapitaal-tijdlijn. Niet alleen in geld, vooral in tijd.

Wat dit voor je inleg betekent

Twee mensen leggen elk € 1.000 per maand in. De ene haalt 25 jaar lang netjes 6% per jaar. De andere haalt gemiddeld ook 6%, maar met een gigantische dip in jaar 5 van -45%. Op papier hetzelfde gemiddelde, in realiteit een fors verschillend eindkapitaal.

Dit fenomeen heet dus sequence-of-returns risico. Het maakt uit wanneer slechte jaren komen. Een dip aan het begin van je opbouwfase is minder erg (je inleg loopt over verlaagde koersen). Een dip vlak voor je financieel onafhankelijk wilt zijn, kan je plan een halve generatie uitstellen.

Ik schreef hier onlangs op LinkedIn iets over: een scenario van -50% gevolgd door jaren van 20% rendement, naast een rustige 10%-lijn. Het duurt ongeveer tien jaar voordat scenario B weer naast A staat. Hoge rendementen zijn aantrekkelijk. Geen catastrofes meemaken telt zwaarder.

De drie knoppen waaraan je kunt draaien

Als je dit hele rekenwerk samenvat, heb je drie knoppen om aan te draaien.

Knop 1: je doelkapitaal vaststellen. Twee schuifjes aan deze knop. Hoe conservatief reken je je opnamepercentage: 4% (25× regel) of 2,5% (40× regel)? En hoeveel uitgaven plan je per jaar? Bij € 40.000 uitgaven en 4% praten we over € 1 miljoen; bij dezelfde uitgaven en 2,5% over € 1,6 miljoen. Twee schuifjes die elkaar versterken.

Knop 2: meer tijd nemen. Vijf jaar langer inleggen is meestal effectiever dan 30% meer inleggen. Compounding doet zwaarder werk dan jij kunt.

Knop 3: meer per maand inleggen. Niet altijd realistisch, maar concreet en direct. Elke extra € 100 per maand telt door over decennia heen.

De vierde, onbewuste knop is: zorg dat je geen catastrofale dips meemaakt. Dat heet risico-management. Dat is de saaie kant van vermogensopbouw, en tegelijk de meest onderschatte.

Conclusie

Het magische getal bestaat niet. Wat wel bestaat: jouw uitgaven, jouw looptijd, jouw inlegcapaciteit. Daar rolt een doelkapitaal uit, en daar rolt vervolgens een maandbedrag uit.

Begin bij wat je werkelijk per jaar uitgeeft. Vermenigvuldig dat met 25 voor een eerste richtgetal, of met 40 als je conservatiever wilt rekenen.

Plak er een realistisch rendement op, kies een looptijd waar je voor wilt gaan, en je weet wat je per maand moet wegzetten. Houd onderweg cost of loss in de gaten: niet de grootste winnaars bouwen het meeste vermogen, het zijn vaak de mensen die de grootste verliezers vermeden.

Wil je dit voor jouw eigen situatie doorrekenen, inclusief je box 3-positie en je inlegcapaciteit? Plan een vrijblijvend gesprek. We pakken er een whiteboard bij en zetten jouw cijfers op papier.

Disclaimer

Dit artikel is puur informatief bedoeld en vormt geen persoonlijk financieel of beleggingsadvies. De informatie is gebaseerd op de regelgeving zoals deze gold op het moment van schrijven. Wet- en regelgeving kan wijzigen.

Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Jouw persoonlijke situatie kan afwijken van de voorbeelden in dit artikel. Neem voor advies op maat contact op met een gekwalificeerd adviseur.

Independent Wealth is niet aansprakelijk voor beslissingen die je neemt op basis van dit artikel.