Internationale spreiding

Internationale spreiding: een goed idee?

Introductie

Waarom een wereldwijd gespreide indexfonds of ETF kopen als Amerika een veel betere historische performance heeft?

Immers de laatste 100 jaar hebben Amerikaanse aandelen beter gepresteerd dan internationale aandelen.

Door te beleggen te in de 500 grootste Amerikaanse bedrijven (S&P 500) ben je toch ook gewoon goed gespreid over industrieën?

Ja dat klopt.

Kan het argument ook niet gemaakt worden dat veel Amerikaanse bedrijven, ik noem een Coca Cola, veel omzet behaalt uit het buitenland en zo dus al verbonden is aan de wereldwijde groei?

Ook dat klinkt redelijk.

All right, dus waarom zou je dan nog voor wereldwijde spreiding gaan via een wereld ETF of indexfonds?

Goede vraag!

Ik heb de denkbeeldige pen er maar weer eens bij gepakt en mijn best gedaan om een waardevol artikel te produceren. Let’s get to it!

Wat zegt de backtest software?

Voordat we de theorie induiken, is het wellicht wel leuk om te kijken naar een backtest resultaat waarin we een volledige allocatie naar Amerikaanse aandelen vergelijken met internationale spreiding:

  1. iShares Core S&P 500 UCITS ETF USD (Acc) (ISIN: IE00B5BMR087)
    • Fonds: Het fonds is van de vermogensbeheerder Blackrock die de naam iShares gebruikt voor zijn fondsen. Het fonds herbelegd dividenden.
    • Index: De S&P 500 is een index die de 500 grootste (gemeten bij marktwaarde) bedrijven van Amerika omvat. Dit is daarom een veelvoorkomende benchmark voor de Amerikaanse aandelenmarkt.

  1. Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (USD) Accumulating (ISIN: IE00BK5BQT80)
    • Fonds: Dit is een fonds van vermogensbeheerder Vanguard en heeft als afkorting VWCE (ticker). Het fonds herbelegd dividenden.
    • Index: Het fonds volgt de FTSE All-World index zo nauwkeurig mogelijk. Een wereldindex, zoals de FTSE All-World, omvat aandelen uit een groot aantal ontwikkelde markten wereldwijd. Hierdoor spreid je je beleggingen over verschillende regio’s en sectoren.

Voor backtest uitkomsten kan je terecht op de prachtige website van Curvo.

💡Nice to know: De FTSE All-World index is niet de enige wereld index. Zo heb je bijvoorbeeld ook de MSCI World Index.

Backtest grafiek
Bron: backtest.curvo.eu
Backtest summary

Zoals je ziet leidde een eenmalige investering van €10.000 in de afgelopen 20 jaar tot een stuk beter resultaat bij een S&P 500 dan bij VWCE. Daarnaast is het voor risico gecorrigeerde rendement, de Sharpe ratio, ook hoger bij de S&P 500. Des te hoger de Sharpe ratio, des te beter.

Tot dusver zien we nog weinig redenen waarom je zou kiezen voor internationale spreiding in plaats van een pure play op Amerikaanse aandelen. Maar je voelt hem waarschijnlijk al aankomen, Die redenen zijn er wel degelijk!

Waarom internationale spreiding (diversificatie)?

Lagere kans op verlies

Een onderzoek uit 2021 toont aan dat de kans op een negatief reëel rendement (gecorrigeerd voor inflatie) over een periode van 30 jaar 13% is bij volledige allocatie aan Amerikaanse aandelen. Bij een internationaal gediversifieerde portefeuille is dit slechts 4%. Dat is een flink verschil en toont aan dat internationale spreiding loont.

Internationale spreiding verlaagt dus je neerwaartse risico.

Het hele punt van diversificatie is natuurlijk ook het voorkomen van catastrofale verliezen.

Let op: dit zegt niets over je potentiële rendement (je upside). Internationale spreiding biedt meer stabiliteit, maar impliceert niet per se hogere rendementen.

Uit Figuur 1 komen 3 zaken mooi naar voren:

  • Des te langer je investeringshorizon, des te lager de kans op verlies: Naarmate de maanden toenemen (x-as), zie je de blauwe lijn alsmaar afnemen. Dit geldt voor zowel Amerikaanse aandelen als internationale aandelen.

  • Aandelen blijven ook op de lange termijn risicovol: In geen van de gevallen is de kans op verlies 0%, dus je kan niet concluderen dat aandelen op de lange termijn geen risico hebben.

  • Internationale spreiding verlaagt je kans op verlies: Zoals eerder ook benoemd, is af te lezen dat de kans op verlies over 30 jaar bij Amerikaanse aandelen zo’n 13% is, terwijl dat bij internationale aandelen 4% bedraagt. Internationale spreiding loont dus.
Kans op verlies
Figuur 1. De kans op verlies bij Amerikaanse aandelen (panel A) en internationale aandelen (panel B) over tijd.

Het onderzoek: Long-Horizon Losses in Stocks, Bonds, and Bills

Het identificeren van de winnaars en verliezers is lastig

Een beetje aansluitend op de opening van het artikel, kan jij als tegenstander van internationale spreiding claimen dat door je internationaal te spreiden, je zowel de best als slechtst presterende landen in je portefeuille hebt. Die ‘slechte landen’ halen daardoor je rendement naar beneden.

Helaas is het niet mogelijk om op basis van historische rendementen de winnaars van de toekomst uit te kiezen. Dit geldt zowel op aandelen niveau als op landen niveau. Kies dus ook nooit een fonds uit puur op basis van historische rendementen.

Een bekend voorbeeld is de Japanse ‘pricing bubble’. Deze ontstond in de jaren ’80 en er was een periode van extreme overwaardering van vastgoed en aandelen, gedreven door goedkope leningen en speculatie. Toen de bubbel begin jaren ’90 barstte, stortten de prijzen in, wat leidde tot economische ellende en Japan’s ‘verloren decennia’.

Dit voorbeeld laat zien hoe moeilijk het is om toekomstige winnaars te identificeren. In de jaren ’80 leek Japan het middelpunt van de wereldeconomie en waren veel beleggers overtuigd van Japans voortdurende groei. De bubbel barstte echter onverwacht en had lange meeslepende gevolgen.

Internationale spreiding helpt jou als belegger te beschermen tegen zulke onvoorspelbare gebeurtenissen, omdat het voorkomt dat je te afhankelijk bent van één land of regio. Als je bijvoorbeeld alleen in Japan had belegd, zou je portfolio decennialang zwaar hebben geleden.

Internationale spreiding: teleurstelling op korte termijn, kracht op lange termijn

Een argument dat je ook vaak hoort is dat vanwege toenemende globalisatie de aandelenmarkten steeds meer met elkaar gecorreleerd zijn geraakt en dat daardoor de voordelen van internationale spreiding ook zijn afgenomen. Deze toenemende samenhang blijkt ook academisch ondersteunt te zijn op de korte termijn. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de wereldwijde aandelen- en obligatiemarkt sinds 1986 steeds sterker met elkaar zijn gaan samenhangen.

Een ander onderzoek verklaart ook dat op de korte termijn wereldwijde spreiding kan teleurstellen, omdat markten vaak tegelijkertijd instorten tijdens crises. Denk aan de Covid-19 uitbraak. Op dat soort momenten lijkt internationale spreiding weinig bescherming te bieden, wat dus kritiek oplevert. Maar die kritiek mist het belangrijkste punt: voor het opbouwen van vermogen zijn lange termijn rendementen veel belangrijker.

Op de lange termijn crashen markten namelijk niet tegelijk, omdat de prestaties van individuele economieën bepalend zijn. Wereldwijde spreiding beschermt beleggers tegen de risico’s van te veel investeren in landen met een zwakke economische groei op de lange termijn. Dit helpt om risico’s te beperken en stabiliteit te bieden.

Door te spreiden over assets of regio’s die niet perfect met elkaar zijn gecorreleerd, verlaag je jouw risico zonder dat jouw rendement daar onder hoeft te lijden. Dit voordeel van diversificatie wordt dan ook vaak omschreven als de enige ‘free lunch’ die er bestaat binnen finance.

Amerikaanse aandelen zijn momenteel relatief duur

De betere prestaties van Amerikaanse aandelen in de afgelopen vijftig jaar zijn grotendeels te danken aan het feit dat beleggers bereid waren steeds meer te betalen voor deze aandelen. Dit leidde tot hogere waarderingen, wat een belangrijk deel van het rendement verklaart.

Tegelijkertijd hebben Amerikaanse bedrijven ook daadwerkelijk beter gepresteerd dan veel internationale bedrijven, vooral door hun dominante positie in technologie. Met andere woorden, de hogere rendementen kwamen zowel door waardestijgingen als door verbeterde bedrijfsresultaten, maar het is belangrijk te beseffen dat Amerikaanse aandelen ook simpelweg duurder zijn geworden.

Een belangrijk principe in beleggen is dat goedkope aandelen vaak een hoger verwacht rendement hebben, terwijl dure aandelen een lager verwacht rendement bieden. Omdat Amerikaanse aandelen duurder zijn geworden, zou het verwachte rendement in de toekomst lager kunnen zijn dan bij goedkopere aandelen.

Wellicht denk je: “Ja maar ik verwacht de komende jaren dat Amerikaanse bedrijven het beter blijven doen dan de rest.”. Waar je bij die gedachte geen rekening mee houdt, is dat die hoge verwachtingen al zijn ingeprijsd in de huidige koersen. Eén van de redenen dat Amerikaanse aandelen zo duur zijn, is vanwege de hogere verwachte groei in winsten. Veel Amerikaanse aandelen lijken dus al ‘priced for perfection’.

Maar hoe weet je nou of Amerikaanse aandelen duur zijn momenteel? Een bekende ratio waar vaak naar gekeken wordt is de P/E (price/earnings) ratio, of koers/winst verhouding in het Nederlands. Zo’n ratio kan je ook op een index toepassen (zoals de S&P 500) en die kan je dan met historische P/E’s vergelijken of met internationale indices!

Naast de P/E ratio is er nog een andere aangepaste ratio die door menig belegger als accurater wordt beschouwd. Ik heb het over de Shiller PE ratio en ik leg je hieronder uit wat het verschil is met de normale P/E ratio.

💡 De Shiller PE-ratio (ook wel de Cyclically Adjusted Price-to-Earnings ratio of CAPE ratio genoemd) is een manier om te kijken of aandelen duur of goedkoop zijn, op basis van hoe bedrijven het de afgelopen jaren hebben gedaan.

Het vergelijkt de prijs van een aandeel met de gemiddelde winst van dat bedrijf over de afgelopen 10 jaar, gecorrigeerd voor inflatie. Door de winst over 10 jaar te nemen, wordt het effect van goede of slechte jaren (zoals een crisis of een boom) minder groot. Daardoor is het een stabielere maatstaf voor waardering

Waarom is dit handig?

  • Als de Shiller PE-ratio hoog is, betekent dit dat aandelen duur zijn in verhouding tot hun gemiddelde winst. Het kan een waarschuwing zijn dat de prijzen misschien te veel zijn opgeblazen.
  • Als de ratio laag is, zijn aandelen relatief goedkoop en kan dat betekenen dat het een goed moment is om te kopen.
actuele USA shiller PE
Figuur 2. Je ziet de Shiller PE ratio over tijd (blauwe lijn) voor de Amerikaanse aandelenmarkt. De data komt van shillerdata.com.

Zoals je kan zien in Figuur 2, staat de ratio momenteel op 38. Zelden was die ratio zo hoog als nu. Alleen in het jaar 2000 (internet bubble) en rond 2020 (post-Covid) was de ratio hoger dan dat hij nu is. Reden tot directe paniek? Nee, want je kan toch niet timen wanneer het potentieel mis zou gaan. Zo hebben de aandelenmarkten de afgelopen jaren, op 2022 na, ook gewoon erg sterk gepresteerd.

Nu ben je waarschijnlijk ook wel benieuwd hoe de Amerikaanse Shiller PE (CAPE) in verhouding staat met internationale prijzen. Daarvoor kijken we naar Figuur 3. Naast de USA CAPE wordt de EAFE CAPE in de mix gegooid. De EAFE (Europe, Australasia en Far East) is een index die bestaat uit grote- en middelgrote bedrijven uit ontwikkelde landen waarbij Amerika en Canada buiten beschouwing worden gelaten.

De lichtblauwe lijn representeert de EAFE CAPE en zoals je ziet begint er vanaf 2009 een flink gat te ontstaan met de USA CAPE. Dit relatieve verschil wordt ook aangetoond door de dikke groene lijn. Als de groene lijn 100% is, dan wil dat zeggen dat Amerikaanse aandelen net zo duur zijn als internationale aandelen (volgens deze ratio dan).

De ratio zat in 2020 al op 180%, wat wil zeggen dat in 2020 Amerikaanse aandelen al 80% duurder waren dan internationale aandelen. Kijkend naar Figuur 2, zie je dat de laatste 4 jaren de USA CAPE alleen maar verder is gestegen. Het is er dus niet goedkoper op geworden.

USA vs Non-USA Shiller PE
Figuur 3. Je ziet de relatieve waarderingen van zowel Amerikaanse aandelen als internationale aandelen over tijd en hoe deze zich tot elkaar verhouden. De grafiek komt van AQR.

Hebben Amerikaanse aandelen altijd outperformed?

Als je kijkt naar de outperformance van Amerikaanse aandelen t.o.v. van internationale aandelen dan is dat grotendeels te danken aan de periode na 2009. Waarbij met name de ‘magnificent 7’ (Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, NVIDIA en Tesla) de kar hebben getrokken.

Er zijn echter wel degelijk meerdere periodes geweest waar internationale aandelen het beter deden.

  • Van 1950 – 1989 waren voor inflatie gecorrigeerde rendementen van Amerikaanse aandelen jaarlijks 2,65% minder dan die van internationale aandelen.
  • Tussen 2000 – 2009, u weet wel, dot.com crisis + financiële crisis, verloren Amerikaanse aandelen jaarlijks zo’n 2,25% in reële termen, daar waar internationale aandelen een positief jaarlijks rendement van 1,01% liet zien.

Naar welke periode je kijkt, is dus ook van belang.

Hoe implementeer je internationale diversificatie?

Na het lezen van al die academische data hunker je waarschijnlijk wel naar concrete oplossingen om internationale spreiding toe te passen.

De eenvoudigste manier om internationaal te spreiden is door een wereldwijd gespreid indexfonds of ETF te kopen die zo’n wereld index volgt, zoals de MSCI World of de FTSE All-World Index. Deze fondsen bieden toegang tot duizenden bedrijven wereldwijd, verdeeld over verschillende regio’s en sectoren.

Hier zijn enkele voorbeelden die, niet geheel toevallig, onderdeel zijn van de kernselectie bij DEGIRO:

  1. Vanguard FTSE All-World UCITS ETF (USD) Accumulating
    • ISIN: IE00BK5BQT80
    • Ticker: VWCE
  2. iShares Core MSCI World UCITS ETF USD Accumulating
    • ISIN: IE00B4L5Y983
    • Ticker: IWDA
  3. VanEck Sustainable World Equal Weight UCITS ETF
    • ISIN: NL0010408704
    • Ticker: TSWE

Zijn alle wereld ETF’s of indexfondsen hetzelfde? Nee, zo volgt VWCE bijvoorbeeld de FTSE All-World index, terwijl IWDA de MSCI World index volgt. De FTSE All-World index bevat meer bedrijven doordat het minder kleine bedrijven uitsluit, waardoor het een groter deel van de markt dekt (90% versus 85%).

Daarnaast verschilt het wereld ETF van VanEck (TSWE) weer flink van de andere twee in de zin dat het geen markt gewogen index volgt. In plaats daarvan maakt het een soort van actieve beslissing minder concentratie risico te hebben richting Amerika. Dit fonds heeft daardoor een allocatie van 40% aan Amerikaanse aandelen daar waar dat bij de andere twee fondsen rond de 70% ligt. Dit zie je ook terug in het rendement van TSWE dit jaar, wat een stuk lager ligt dan dat van de andere twee fondsen. Zo zijn er nog wel meer verschillen, maar daar gaan we nu niet op in.

Dit zijn slechts voorbeelden van opties. Er zijn meerdere manieren om internationale spreiding goed toe te passen. Bij de opties hierboven kan blootstellig aan opkomende markten en kleinere bedrijven ontbreken. Waar en hoe je internationale spreiding het beste kan toepassen? Daar kan ik je goed mee helpen!

Conclusie

Het komt erop neer dat niemand met zekerheid kan voorspellen welke aandelen of landen het de komende decennia beter gaan doen. Wellicht blijven Amerikaanse aandelen het beter doen, wellicht niet. Juist vanwege die onzekerheid vind ik het verstandig om je beleggingen breed te spreiden (dus ook spreiden over landen).

Dit artikel was misschien wat academischer dan mijn voorgaande artikelen, maar ik hoop dat je er wat van hebt opgestoken. Blijf leren, blijf investeren en tot de volgende!