Wat je moet weten over box 3

Wat gebeurt er nou allemaal met box 3?

Introductie

Je hebt het vast wel gehoord: box 3 is “een zooitje”, “onrechtvaardig”, of gewoon “vaag”.
En daar kan ik mij wat bij voorstellen.

De afgelopen jaren zijn er meerdere rechtszaken geweest, heeft de Belastingdienst al twee keer z’n plannen moeten omgooien, en wordt er ondertussen wel gewoon belasting geheven op rendementen die je misschien helemaal niet hebt gemaakt.

Als ondernemer is het verleidelijk om te denken: “Ik zie het wel als het zover is.”
Maar dat is precies de reden waarom veel ondernemers straks duizenden euro’s méér belasting betalen dan nodig.

Neem Vera en Rob.
Twee dertigers met een goedlopend bedrijf, een degelijke beleggingsportefeuille en plannen om ooit financieel vrij te worden. Ze deden “gewoon hun ding” en dachten dat ze prima zaten.

Tot ze ineens zagen dat hun box 3-heffing met 33% ging stijgen, zonder dat ze daar iets aan veranderden.

In dit artikel leg ik je uit:

  • Wat er speelt in box 3
  • Wat er verandert in 2026 en 2028
  • Waarom de tegenbewijsregeling vaak te mooi is om waar te zijn
  • En vooral: wat jij vandaag nog kunt doen om slimmer om te gaan met je vermogen

Laten we erin duiken.

Waarom is er zoveel te doen rondom box 3?

Om te snappen waarom box 3 zo’n chaos is geworden, moeten we even terug naar december 2021. Toen oordeelde de Hoge Raad dat het toenmalige box 3-stelsel, gebaseerd op een forfaitair rendement, in strijd was met het recht op eigendom en het discriminatieverbod. Simpel gezegd: mensen betaalden belasting over rendementen die ze nooit hadden behaald. Vooral spaarders waren de klos.

Gevolg: het ‘Kerstarrest’.
Dat arrest zorgde voor een storm aan rechtszaken, politiek debat en… herstelwetgeving. Vanaf 2023 geldt daarom een tijdelijke tussenoplossing (de “overbruggingswet”), waarbij je vermogen wordt opgesplitst in:

  • Banktegoeden
  • Overige bezittingen (zoals beleggingen of vastgoed)
  • Schulden

Voor elk van die categorieën geldt een ander fictief rendement. Klinkt eerlijker, maar…
⚠️ In juni 2024 oordeelde de Hoge Raad opnieuw: “Dit is óók in strijd met de wet.”
Je mag als burger niet zwaarder worden belast dan je werkelijk behaalde rendement.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Meer onzekerheid en meer belastingdruk.

De Belastingdienst weet dat het huidige stelsel juridisch wankelt, maar het nieuwe systeem (op basis van werkelijk rendement) komt pas in op zijn vroegst in 2028. Ondertussen verhoogt de fiscus wél de forfaitaire percentages → en dus je belasting.

👫 Kijk naar Vera en Rob, dan zien we in box 3:

  • Fiscaal partners: Ja
  • Bankspaarrekening: €300.000
  • Aandelen: €500.000
  • Vastgoed WOZ-waarde: €600.000
  • Aflossingsvrije lening: €300.000

Ze dachten dat hun privé vermogen gewoon netjes was ingericht. Maar met de hogere percentages in 2026 stijgt hun box 3-belasting met ruim €6.846, terwijl hun rendement nauwelijks verandert.

En dat is geen uitzondering.

Wat verandert er precies in 2026 en 2028 binnen het huidige box 3 stelsel en het nieuwe stelsel?

Er zijn twee momenten die je als ondernemer in je agenda mag markeren:

1 januari 2026 en 1 januari 2028.

In beide jaren verandert er iets fundamenteels aan hoe jouw vermogen wordt belast. En spoiler: het wordt er niet eenvoudiger (of goedkoper) op.

Wat gebeurt er in 2026?

Hoewel het nieuwe box 3-stelsel pas in 2028 ingaat, draait de Belastingdienst vanaf 2026 alvast de belastingkraan aan:

📈 Verhoging van het forfaitair rendement op “overige bezittingen”

  • Van 5,88% → 7,66%
  • Bij een belastingtarief van 36% komt dat neer op een effectief tarief van 2,76% op je beleggingen, vastgoed en crypto (voor zover niet in een BV)

📉 Verlaging van het heffingsvrije vermogen

  • Van €57.000+ naar €51.396 per persoon
  • Voor fiscaal partners: van ca. €114.000 → €102.792

💰 Gevolg voor veel ondernemers:
Zonder iets te veranderen, betaal je ineens véél meer belasting. Vooral als je belegt of vastgoed bezit in privé.

👉 Voorbeeld: Vera en Rob
In 2025 betaalden ze met hun huidige mix van spaartegoeden, beleggingsportefeuille en vastgoed ongeveer €20.900 aan box 3-heffing.

In 2026, met exact hetzelfde vermogen, wordt dat €27.740. Dat is een stijging van bijna 33%.

En dat zonder dat hun vermogen méér is gaan opleveren.

En wat gebeurt er dan in 2028?

Dan gaat het nieuwe box 3-stelsel in (althans, dat is de bedoeling). Het grote verschil? Je wordt dan niet meer belast op basis van een fictief rendement, maar op je werkelijk behaalde rendement.

Dat klinkt als een verbetering, maar er zitten wat addertjes onder het gras:

🔎 Wat telt allemaal mee als “rendement”?

  1. Vermogensaanwas – rente, dividend, huur, en ongerealiseerde koerswinsten
  2. Vermogenswinst – bijvoorbeeld verkoopwinst op vastgoed of private equity

📌 Belangrijk:

  • Ook waardestijgingen die je nog niet hebt gerealiseerd (bijvoorbeeld een fonds dat op papier +12% staat), tellen mee
  • Kosten mag je wel aftrekken
  • Verliezen mag je verrekenen met toekomstige jaren (zolang het boven de €500 uitkomt)
  • Heffingsvrij vermogen verdwijnt → daarvoor in de plaats komt een heffingsvrij inkomen van €1.800 p.p.

Wat betekent dit voor jou?

Meer administratie, meer fluctuatie, en waarschijnlijk méér belasting als je goed presteert. En zelfs als je niks verkoopt.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling en is het een realistische optie voor teruggave?

Na het zoveelste arrest van de Hoge Raad besloot de Belastingdienst om in 2023 iets nieuws toe te voegen aan het box 3-circus: de tegenbewijsregeling. Op papier klinkt het heel sympathiek:

“Vind jij dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait? Bewijs het maar, en misschien krijg je geld terug.”

Maar in de praktijk? Daar zitten nogal wat haken en ogen aan.

Hoe werkt de regeling precies?

Je mag de forfaitaire heffing aanvechten als je kunt aantonen dat jouw werkelijke rendement lager was dan het bedrag waar de fiscus nu van uitgaat.

Wat telt als ‘werkelijk rendement’?

  • Ontvangen rente, dividend, huur
  • Waardeveranderingen (ook ongerealiseerde koerswinsten!)
  • Minder: rente op schulden (aftrekbaar)
  • Niet aftrekbaar: beheerkosten, vermogensadvies, transactiekosten
  • Geen verliesverrekening tussen jaren

Oh, en nog iets:
Het heffingsvrije vermogen telt dan niet mee.

Klinkt rechtvaardig, maar…

In de praktijk blijkt de regeling vooral gunstig voor één groep: pure spaarders met lage rente en geen koerswinsten. Voor iedereen met vastgoed, aandelen of brede portefeuilles? Veel minder.

Vera en Rob dachten ook: “Misschien kunnen we wel iets terugkrijgen…”

Ik ging voor ze rekenen:

  • Spaarrekening: 1,5% rente op €300.000 = €4.500
  • Beleggingsportefeuille: rendement van 5% €500.000 = €25.000
  • Waardestijging vastgoed: waarde stijgt met 2% = €12.000
  • Huuropbrengst vastgoed: €35.000
  • Schulden (hypotheek): 3% van een €300.000 aflossingsvrije lening = €9.000

➡️ Totaal werkelijk rendement: €67.500
➡️ Belasting volgens tegenbewijs → 36% * €67.500 : €24.300
➡️ Belasting op basis van forfait: €20.894

Conclusie? Via de tegenbewijs methode komen ze hoger uit, geen teruggave dus. Oei.

💡Let op: Vanaf 2021 kan gebruik gemaakt worden van de tegenbewijsregeling. 2022 was een slecht beursjaar en met name dat jaar kan interessant zijn om naar te gaan kijken.

Welke beleggingsvormen zijn (nog) aantrekkelijk binnen box 3

Door alle aanpassingen aan box 3, van stijgende forfaits tot een nieuwe definitie van “rendement”, is het speelveld wel ietsje veranderd. Bepaalde beleggingen kunnen bijvoorbeeld fiscaal minder aantrekkelijk worden.

Laten we het even op een rij zetten.

Minder aantrekkelijk binnen box 3

Obligaties met laag rendement

  • Denk aan staatsleningen
  • Realistisch rendement: 2–4%
  • Effectieve belastingdruk vanaf 2026: 2.76%
  • ➡️ Puur fiscaal maakt dat het rendement al bijna nihil
  • Gooi inflatie daar nog bovenop en je komt uit op een negatief reëel rendement

Vastgoed in privé

  • De tegenbewijsregeling biedt voor veel vastgoedbeleggers helaas geen oplossing
    • Waardestijgingen tellen namelijk mee
  • Flinke toename in box 3 belasting in 2026
    • Vastgoedbeleggers met geen of nauwelijks financiering zullen dat met name merken

Beleggingsvormen die gunstiger (kunnen) zijn

Bankspaarproducten (pensioenbeleggen)

  • Via jaarruimte / reserveringsruimte zet je vermogen over naar box 1
  • Belastinguitstel én verlagen van box 3 grondslag
  • ➡️ Slim als je geld tijdelijk kunt missen en werkt richting pensioenopbouw

Investeren via een BV of holding

  • Voor grotere vermogens kan het voordeliger zijn om privévermogen om te zetten naar een beleggings-BV
  • Vermogen zit dan in box 2 → andere regels, vaak lagere druk als je goed plant

💡Let op: Het strategisch plannen hiervan is echt maatwerk.

Conclusie

De grootste fout die je nu kunt maken? Afwachten.

De regels veranderen voortdurend, maar wat niet verandert, is dat je als ondernemer zelf verantwoordelijk bent voor je fiscale strategie. En juist wat betreft box 3 loont het om proactief te zijn.

Box 3 is niet eerlijk, niet simpel, en voorlopig ook niet stabiel.
Maar je bent niet overgeleverd aan de grillen van de fiscus.

Met een paar slimme keuzes kun je je belastingdruk verlagen en meer grip krijgen op je financiële toekomst.

👉 Wil jij weten hoe jouw vermogen slimmer ingericht kan worden ?

Plan dan vrijblijvend een kennismaking. In 30 minuten weet je waar je staat, wat er beter kan en hoe je direct resultaat haalt.